Natuurkunde

Wat is natuurkunde ?

De natuurkunde is onderdeel van de natuurwetenschappen. In de natuurwetenschappen (Engels: science) bestuderen we de verschillende verschijnselen rondom ons. We proberen na te gaan wat een goede verklaring zou zijn voor wat we waarnemen. Zo hopen we grip te krijgen op de wereld om ons heen, zodat we er meer controle over hebben. Zo bestuderen we de werking van ons eigen lichaam en dat van dieren en planten, maar ook de vorming van nieuwe stoffen, zoals klittenband of beton en even goed vreemde verschijnselen in onze omgeving, zoals bliksems, aardbevingen...

De natuurkunde is binnen de natuurwetenschappen het vak dat alles bestudeert dat de anderen niet bestuderen, dus dan is het verstandig eerst te beschrijven wat de andere vakken bestuderen. Daarom leggen we eerst uit wat scheikunde en biologie is, zo weet je wat geen natuurkunde is.

Biologie

De biologie bestudeert de levende natuur. Bomen horen niet bij de natuurkunde, wel bij biologie, omdat alles wat leeft groeit en voedsel nodig heeft een "levend" verschijnsel is. Ook de mens behoort tot de groep 'biologie', net zoals alle dieren en planten.

Scheikunde

Scheikunde bestudeert eigenschappen van stoffen en daarbij met name het ontstaan van nieuwe stoffen uit andere stoffen. Het maken van een plastic is een voorbeeld van scheikunde aangezien plastics zijn gemaakt van aardolie. Aardolie en plastic zijn niet meer dezelfde stof. Het verbranden van een kaars is ook een voorbeeld van een scheikundig proces, waarbij kaarsvet door verbranding wordt omgezet in gassen. De scheikunde heet ook wel chemie.

Het verteren van voedsel in je lichaam is een ook voorbeeld van scheikunde. Wat erin gaat bestaat uit andere stoffen dan wat eruit komt. Tegelijkertijd is dat een onderdeel van de biologie. Hiermee willen we zeggen dat het onderscheid tussen de verschillende vakken niet altijd even helder is. Er wordt regelmatig gebruik gemaakt van kennis uit het aangrenzende vakgebied.

Natuurkunde

De natuurkunde bestudeert dus al het andere in de natuur: de niet levende verschijnselen die niet te maken hebben met eigenschappen van stoffen. Er blijft nog ruim genoeg over: geluid, licht, krachten en nog veel meer. Een paar vragen die we ons daarbij kunnen stellen zijn: hoe ziet ons heelal eruit, hoe werkt geluid of wat gebeurt er als deeltjes tegen elkaar botsen. Een ander woord voor natuurkunde is fysica.

Er zijn zeker ook raakvlakken met de andere vakgebieden. Zo kun je ook de bloeddruk in een lichaam meten. Dat zegt iets over iemands gezondheid. Het begrip druk is een natuurkundig begrip dat met krachten te maken heeft, maar in de biologie hebben we het ook nodig.

Een ander eenvoudig voorbeeld is het mengen van (weinig) azijn, eigeel en (veel) olie. Als je die stoffen op de juiste manier met elkaar mengt, dan heb je nieuw sausje gemaakt: mayonaise. Je zou dus denken dat zich een nieuwe stof heeft gevormd, maar wie de stoffen goed bestudeert ontdekt dat er feitelijk alleen maar sprake is van een bijzondere vorm van menging. Valt dit nu onder de scheikunde of onder de natuurkunde? Of wat te denken van het oplossen van suiker in water?

Overzicht

Veel verschijnselen die zich voordoen bij het ontstaan van nieuwe stoffen vallen ook onder de scheikunde, want er zijn onvermijdelijk raakvlakken. Vandaar dat we op dat raakvlak van natuurkunde en scheikunde spreken van fysische chemie.

Op het raakvlak van de biologie en natuurkunde vinden we de biofysica. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de werking van spieren en het uithoudingsvermogen. Of bijvoorbeeld aan de werking van het oog en de zenuwcellen.

Op het raakvlak van de scheikunde en de biologie vinden we ten slotte de biochemie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de werking van medicijnen en drugs. Of bijvoorbeeld aan tandbederf en botontkalking.